Carillon Grote Kerk

In Den Haag is in de toren bij de Grote of Sint Jacobskerk - de Haagse Toren genoemd - de klokkenspelcultuur begonnen. Over de situatie wat betreft luid- en voorslagklokken, uurwerk en het gebruik ervan tussen het gereed komen van de toren omstreeks 1424 en de brand op 29 december 1539 is niets bekend.
Tijdens de herbouw werd een nieuw spel geplaatst, dat steeds werd uitgebreid of verbeterd. In 1647 en 1648 bijvoorbeeld bestelde de Haagse magistraat in totaal tien nieuwe klokken bij de befaamde, toen nog in Zutphen werkzame klokkengieters François en Pieter Hemony.

Op den duur bestond het Haagse instrument door uitbreiding uit een samenraapsel van klokken van wel acht verschillende gieters. Daarom bestelde de magistraat in 1686 een geheel nieuw spel met 37 klokken bij de Antwerpse klokken- en geschutgieter Melchior de Haze.

 

Een tijd van ‘renaissance'

 

Na de levering en keuring tussen 1686 en 1689 - die niet zonder problemen gepaard gingen - bleef tot 1931 deze situatie onveranderd.
De Haze had de klokken natuurlijk gestemd in de toen gangbare middentoonstemming. In de loop van de achttiende eeuw echter werd bij toetsinstrumenten zoals orgel, klavecimbel en pianoforte, de zogenaamde gelijkzwevende stemming ingevoerd. Klokkenspellen bleven echter de oude stemming behouden.


Uniek voor de Nederlandse beiaardsituatie was, dat in 1931/32 in het Engelse Loughborough door klokkengieter John Taylor zeventien grote klokken uit de Haagse beiaard werden omgestemd naar deze gelijkzwevende stemming. De overige - negentien - werden vervangen voor nieuwe Taylorklokken. Deze ingrijpende verandering in een historisch instrument werd elders in Nederland niet nagevolgd.
Het gehele spel werd, samen met de toren, tussen 1951 en 1957 wederom gerestaureerd. Een aantal klokken van De Haze en Taylor werden vervangen door nieuwe, gegoten door klokkengieterij Eijsbouts te Asten. De luidklok uit 1547 verhuisde van de luidzolder naar de spits en kreeg daar een plaats als carillonklok. De bestaande reeks werd uitgebreid tot 51 klokken en aan een nieuw, groter klavier aangesloten.

 

De huidige situatie

De beiaard telt thans 51 klokken. Daarvan hangen er 47 in de spits, zichtbaar vanaf de straat. De reeks daar begint op de toon d¹ waarna deze chromatisch verder gaat tot c5. Bij de restauratie werd ervoor gekozen, de vier grote klokken op de luidzolder - met de aflopende tonenreeks c¹, bº, besº en gº - als basklokken aan het klavier toe te voegen. De hamers zijn door middel van lange metalen draden aan de vier laagste toetsen aangesloten. Zo werd een omvang van 51 klokken bereikt.

 

 

Het klavier

Waarschijnlijk werd de voorslag in de vijftiende en zestiende eeuw reeds bespeeld met behulp van een simpel stokkenklavier. In 1625 werd het spel onder advies van de Utrechtse klokkenspeler Jacob van Eyck gerenoveerd. Het werd toen voorzien van een nieuwe, tweede ‘beyerstoel'.
Het is aannemelijk dat het klavier dat tussen 1686 en 1689 nieuw werd geplaatst - het derde - tot 1931 heeft gefunctioneerd. Vanwege de bovengenoemde restauratie werd een nieuw vervaardigd. Dat werd tijdens de volgende renovatie en uitbreiding tussen 1951 en 1957 vervangen door wéér een nieuw exemplaar. In 1987 werd ook dít klavier omgeruild - inmiddels dus het zesde. Het oude uit 1956 kreeg toen echter een plaats op de uurwerkzolder. Het wordt daar bewaard om aan latere generaties te laten zien hoe de klavieren er uitzagen die in de jaren vijftig door klokkengieterij Eijsbouts werden vervaardigd. Ook kan het als studieklavier dienst doen, wanneer een concertgever zich wat op een concert wil voorbereiden.

 

 

 

 

Klik hier voor het bekijken van een filmfragment van het carillon in de Haagse Toren.

 

St Jacobskerk klok.jpg